In de voorgeschiedenis van deze werknemer heeft hij al eens een berisping gehad vanwege opvliegend en agressief gedrag. Hij geeft zelf ook toe dat hij een 'kort lontje' heeft als hij vindt dat hij onrechtvaardig wordt behandeld.
De man werkt sinds 1 juni 2008 als algemeen medewerker bij een re-integratiebedrijf. Hij meldt zich eind januari 2009 ziek. Op 11 februari 2009 bezoekt hij de bedrijfsarts. Na een woordenwisseling loopt de bedrijfsarts de spreekkamer uit.
Vervolgens gooit de werknemer het toetsenbord van het bureau en sleurt daarbij een beeldscherm mee. In de versie van de werknemer blijft het daarbij, maar de bedrijfsarts rapporteert aan de werkgever dat hij ook is geslagen. Hij doet bij de politie aangifte van mishandeling.
Ontslagen
Diezelfde dag nog ontslaat de werkgever betrokken werknemer op staande voet en beroept hij zich daarbij op een zogenoemde 'dringende reden'. De werknemer betwist het feit dat hij de bedrijfsarts zou hebben geslagen en vordert in kort geding loondoorbetaling en toegang tot het werk totdat de arbeidsovereenkomst van rechtswege zou zijn geëindigd.
Dat weigert de werkgever uiteraard en hij beroept zich onder meer op de reputatie van de werknemer en wijst erop dat de bedrijfsarts er geen enkel belang bij heeft om een valse aangifte te doen.
Opvliegend gedrag
Volgens de rechter staat het vast dat de bedrijfsarts het gesprek heeft beëindigd omdat de betrokkene hem verwijten maakte en dat deze vervolgens met toetsenbord en beeldscherm aan de haal ging.
Ook staat vast dat de man al eerder op opvliegend gedrag is aangesproken en dat hij destijds een berisping heeft gekregen. Dit wordt overigens niet ontkend door de werknemer. Hij gaf ook op de zitting aan dat hij het met 'het systeem' niet eens is en dat hij daar telkens tegenin gaat.
Gezien het bovenstaande hecht de rechter meer waarde aan de lezing van de bedrijfsarts, temeer omdat de arts aangifte heeft gedaan bij de politie. De rechter kan ervan uitgaan dat de man inderdaad geweld heeft gebruikt tegen de bedrijfsarts.
Bodemprocedure
Er bestaat een goede kans dat het ontslag op staande voet in een bodemprocedure zal standhouden. Het verzoek tot loondoorbetaling en toegang tot het werk wordt afgewezen.
De werknemer spant naast die bodemprocedure een hoger beroep in kort geding aan. Het Hof komt echter in hoger beroep tot precies dezelfde conclusie (zie LJN BK7501).
Bij een kort geding is geen sprake van nader onderzoek en moet de rechter afgaan op de processtukken. Dan is de verklaring van de bedrijfsarts, ondersteund door schriftelijke verklaringen van derden, geloofwaardiger.
Dringende reden
Beide partijen zijn bevoegd de arbeidsovereenkomst onmiddellijk op te zeggen met een beroep op het bestaan van een dringende reden. Die dringende reden moet dan wel meteen aan de tegenpartij worden meegedeeld.
In artikel 7:678 Burgerlijk Wetboek staat omschreven wanneer er sprake is van een voor de werkgever dringende reden. Zo'n reden geldt als een zodanige daad, eigenschap of gedraging van de werknemer tot gevolg heeft dat van de werkgever in alle redelijkheid niet kan worden gevergd dat hij de arbeidsovereenkomst laat voortduren.
Voorbeelden
In het wetboek worden enkele voorbeelden genoemd, waarbij overigens het plegen van geweld niet expliciet is beschreven. Wel wijst de wetgever op een situatie waarbij de werkgever bijvoorbeeld valse getuigschriften krijgt, of valse inlichtingen worden verstrekt over de wijze waarop een vorige arbeidsovereenkomst is geëindigd.
Zichzelf of anderen in gevaar brengen, is er ook een. Net als in ernstige mate de bekwaamheid of geschiktheid missen voor het werk waarvoor hij is aangenomen.
Wordt een werknemer op staande voet ontslagen vanwege zo'n dringende reden, dan betekent dit ook dat hij verwijtbaar werkloos is geworden. Het UWV WERKbedrijf zal daarom een WW-uitkering blijvend en geheel weigeren.
Jurisprudentie
Reputatie 'kort lontje' wordt werknemer noodlottig
Als er geen getuigen zijn en de lezingen van het gebeurde lopen sterk uiteen, wie moet de rechter dan geloven? Een bedrijfsarts beweert dat de betrokkene hem heeft geslagen. Deze ontkent. De rechter gaat mee met de bedrijfsarts, want de werknemer heeft een slechte reputatie.



























