Een productiemedewerker meldt zich in januari 2009 ziek. Er is bij de werknemer sprake van vaatproblematiek in beide benen en de man moet in mei 2009 een operatie ondergaan om dit probleem op te lossen.
In eerste instantie laat hij eerst zijn linkerbeen opereren. Hij wacht het genezingsproces even af en is dan van plan ook zijn rechterbeen te laten opereren.
Reorganisatie
Onafhankelijk van deze gang van zaken is diens werkgever van plan vanwege bedrijfseconomische omstandigheden te reorganiseren. Voor deze ingrijpende reorganisatie is in mei 2009 bij het UWV WERKbedrijf toestemming gevraagd om deze werknemer en nog tien andere werknemers te ontslaan.
In augustus 2009 geeft het UWV toestemming, waarop de werkgever tot half oktober de tijd krijgt om de arbeidsovereenkomsten met deze werknemers op te zeggen, mits er sprake is van mogelijke opzegverboden. De werknemer in kwestie is echter nog ziek, waardoor de arbeidsovereenkomst dus niet kan worden opgezegd.
Dienstplicht
De werknemer moet echter ook nog eens ondanks zijn ziekte een basisopleiding volgen om zijn militaire dienstplicht in Turkije te vervullen. Deze opleiding duurt enkele weken en vindt in oktober 2009 plaats.
De werknemer meldt zijn werkgever dat hij in die maand enkele weken afwezig zal zijn. Een groot deel van zijn dienstplicht heeft hij overigens al kunnen afkopen bij het Turkse consulaat.
De operatie aan zijn rechterbeen stelt hij uit tot na oktober 2009, dus na de vervulling van de basisopleiding in Turkije. Intussen kan de werkgever de werknemer niet ontslaan, omdat er sprake is van een opzegverbod vanwege ziekte.
Uitgesteld
Op verzoek van de werkgever bericht de bedrijfsarts in oktober via een e-mail dat de werknemer al in juli 2009 aan zijn rechterbeen geopereerd kon worden, maar dit heeft uitgesteld tot na oktober.
De bedrijfsarts meldt verder dat de werknemer medisch niet geschikt was om de basisopleiding te vervullen, maar door de opkomstplicht moest verschijnen op sanctie van een gevangenisstraf. De werknemer slaat dus het gezondheidsadvies van de bedrijfsarts in de wind.
Verder bleek passende arbeid volgens de bedrijfsarts nog niet mogelijk binnen het bedrijf. Door de 'belastende' e-mail ontslaat de werkgever de werknemer op staande voet.
Kort geding
De werknemer is het niet eens met het ontslag en vordert daarop in kort geding loondoorbetaling. Bovendien wil hij weer te werk worden gesteld als productiemedewerker.
De kantonrechter beziet de zaak in het kader van het (langdurige) herstelproces van de werknemer en is van mening dat de werknemer opzettelijk zijn herstel heeft vertraagd door de operatie aan zijn rechterbeen uit te stellen.
Omdat de werkgever maar tot half oktober de tijd had om gebruik te maken van de ontslagvergunning van het UWV WERKbedrijf en er door de ziekte van de werknemer een opzegverbod gold, kon de werkgever niets doen dan wachten.
Dringende reden
Dat de werknemer daarop al in juli 2009 een operatie had kunnen ondergaan, was voor de werkgever een dringende reden voor ontslag op staande voet. De e-mail van de bedrijfsarts speelde een doorslaggevende rol, want de werknemer wilde de e-mail met de belastende informatie niet bevestigen.
En dat was voor de kantonrechter een reden om de werkgever in het gelijk te stellen. Zonder verificatie van de e-mail kon gezegd worden dat de werknemer moedwillig zijn arbeidsongeschiktheid in stand hield om ontslag te voorkomen.
Het is dus aannemelijk dat de e-mail voldoende waarheidsgehalte had. De vordering van de werknemer wordt dan ook afgewezen. Hij moet ook de kosten van de procedure betalen.
Bron: Kantonrechter Bergen op Zoom, 22 februari 2010 [No. 578541`VV EXPL 09-118] JAR 2010-95
Jurisprudentie
Ziekte rekken om ontslag te voorkomen
Eerst het ene been laten opereren, dan de operatie aan het andere been uitstellen. En intussen naar Turkije voor een onderdeel van de dienstplicht. Het duurt de werkgever allemaal te lang wegens een reorganisatie. De bedrijfsarts schiet te hulp.
Reacties
Jan Boekestein - 20 juli 2010, 05:38 uur
Werkgever had het opzegverbod simpel kunnen omzeilen door onbinding bij de Kantonrechter te verzoeken in het kader van de reorganisatie. Zolang de afspeigelingsregels correct zijn toegepast levert dit geen enkel probleem op.
Jan Boekestein
www.intervicis.nl



























