Jurisprudentie

Langer doorwerken niet toegestaan

Drie mannen werken met plezier bij Engineering & Maintenance, een onderdeel van het grondpersoneel van een grote Nederlandse  luchtvaartmaatschappij. Maar ze worden 63 jaar en moeten eruit. Althans, dat vindt de werkgever. Zelf denken ze daar anders over. Ze willen nog twee jaar doorgaan. De rechter moet in kort geding beslissen.
Wil je langer doorwerken, mag het niet. Dat overkwam drie 63-jarige werknemers van een luchtvaartmaatschappij in 2007. Zij dachten meerdere argumenten te hebben om door te kunnen werken tot hun 65e. Ze beriepen zich onder meer op de maatschappelijke discussie over het onderwerp langer doorwerken.

Ook wezen ze op de wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid (WBGLA) en de wet VUT, Prepensioen en Levensloop (VPL). Volgens de drie is de werkgever niet toegestaan hen te dwingen voor of op hun 63e jaar met pensioen te gaan. Het keuzemoment hoort bij de werknemer te liggen en niet bij de werkgever, zo stellen zij mede op basis van de genoemde wetten.

Ten slotte stellen ze dat de werkgever hen niet formeel heeft ontslagen, terwijl dat wel had gemoeten. Zij hebben zich daarom steeds beschikbaar gehouden voor werk.

Ja, tenzij
Het gaat overigens om grondpersoneel met een eigen cao. In de arbeidsovereenkomst is een zogenoemde 'ja, tenzij-bepaling' opgenomen. Dit houdt in dat werknemers na de normpensioenleeftijd van 63 jaar mogen doorwerken, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden.

De werkgever voert aan dat er inderdaad dergelijke bijzondere omstandigheden zijn. Zo is het grondpersoneel verwikkeld in een aanzienlijke banenreductie als gevolg van de economische crisis. Als alle oudere medewerkers waarvoor een normpensioen van 63 jaar geldt, twee jaar langer door zouden willen werken, moet de luchtvaartmaatschapij 400 tot 700 jongere mensen ontslaan. Dat staat niet in verhouding tot de wens van de oudere medewerkers om langer door te kunnen werken.

De werkgever vindt in deze de vakbonden aan zijn zijde, want ook de bonden willen een dergelijk massaontslag voorkomen.

Bodemprocedure
De overweging om de drie eisers in dienst te houden en een uitspraak van de rechter in een bodemprocedure af te wachten is wel gemaakt, maar verworpen door de werkgever.

Dat betekent dat de drie met pensioen moesten gaan in afwachting van een eventuele bodemprocedure. Want, redeneert de werkgever, een eventuele gunstige uitspraak voor de oudere werknemers kan worden gecompenseerd door hen bijvoorbeeld aanvullend loon uit te keren, maar eenmaal doorgevoerde ontslagen bij jongere mensen zijn niet meer te herstellen.

De luchtvaartmaatschappij bestrijdt dat de drie officieel ontslagen hadden moeten worden, omdat hun arbeidsovereenkomst met een beroep op de geldende cao van rechtswege afliep.

Niet in strijd
En het 'ja, tenzij-beleid' van de werkgever is niet in strijd met de VPL omdat deze wet zich niet richt op wederzijdse verplichtingen tussen werknemers en werkgevers, maar betrekking heeft op het fiscaal reguleren van regelingen rond de VUT, het prepensioen en de levensloopregeling.

Bovendien is er geen sprake van een absoluut verbod op langer doorwerken, maar wordt er slechts gewezen op de dan geldende bijzondere omstandigheden zoals hierboven uiteengezet. De kantonrechter heeft de werkgever op alle fronten gelijk gegeven.

Bron: Kantonrechter Amsterdam 2 november 2009, nr. KK 09-973

Reacties

Ontvang de nieuwsbrief

Opleidingen

12 oktober 2010 - BCN Utrecht (gratis parkeren!)

Webshop